
| Projectering |
|
|
Projectering Onder projectering wordt verstaan het dusdanig plaatsen van draagbare blustoestellen in een pand of object, dat een zo verantwoord mogelijke beveiliging tegen brand ontstaat. De verzekeraars hebben hiervoor bepaalde regels vastgelegd. Brandweerwet en MBBV In de Brandweerwet en de Model Brandbeveiligingsverordening (MBBV) is een uitgebreid aantal zaken op brandbeveiligingsgebied geregeld. In hoofdstuk D van de MBBV wordt gesteld dat er bij brandgevaar een mogelijkheid van brandmelding, alarmering en brandbestrijding dient te zijn. Met het stellen van deze eisen wordt beoogd het redden van mensen en dieren, het voorkomen van ongelukken, brandoverslag en schade aan derden en het bereiken van een zo groot mogelijke veiligheid bij het bestrijden van de brand. Afhankelijk van de inrichting van pand of object worden bepaalde maatregelen geëist. In de tabellen, opgenomen in de bijlagen 3 tot en met 9 van de MBBV, komen deze afzonderlijk of per groep aan de orde. Op grond van de MBBV is het mogelijk dat voor een pand dat geen belendende percelen heeft, waar geen risico voor brandoverslag aanwezig is of enig gevaar te duchten valt, er geen blusmiddelen worden geëist. Zijn blusmiddelen wel geëist, dan heeft de eigenaar ook de plicht ervoor te zorgen dat de blusmiddelen in goed werkende staat verkeren. Eisen van verzekeraars Gewoonlijk zal de eigenaar van een pand of object op brandveiligheidsgebied ook geconfronteerd worden met eisen van zijn brandverzekeraar. Deze eisen vallen weliswaar buiten het wettelijke kader, maar zijn ten aanzien van de brandverzekering dwingend voorgeschreven. Enige jaren geleden hanteerden de brandschadeverzekeraars nog de richtlijnen van het Tariferingbureau voor het bepalen van het aantal en soort blusmiddelen. Deze tarieflijst wordt als zodanig echter niet meer gebruikt. Het NCP (Nationaal Centrum voor Preventie) geeft deze richtlijnen, voor de soort en aantallen blusmiddelen, nog steeds uit. Bij schadeverzekering gaat de verzekeraar uit van het voorkomen en beperken van brand en schade. Dit is een economische benadering, namelijk het voorkomen van kapitaalvernietiging. De eisen voor te treffen maatregelen zullen op grond daarvan ook gelden voor panden zonder belendende percelen. Een verzekeraar kan dan ook aanvullende eisen stellen, die verder strekken dan de eisen gesteld in de MBBV. Naast draagbare blustoestellen, slanghaspels en handbrandmelders kan bijvoorbeeld ook een automatische brandmeld- of blusinstallatie worden geëist. De meest voorkomende automatische blusinstallatie is de automatische sprinklerinstallatie. Waar water zou leiden tot grote gevolgschade, bijvoorbeeld in computerruimten, worden automatische blusgasinstallaties voorgeschreven. Vaststelling van het aantal draagbare blustoestellen In een pand dient per 200 m2 (of gedeelte daarvan) tenminste een draagbaar blustoestel aanwezig te zijn, met een minimum van twee per vloer (begane grond/verdiepingsvloer). Bij verdiepingen kleiner dan 100 m2 kan met één blustoestel worden volstaan. Dat geldt ook voor vrijstaande gebouwen kleiner dan 50 m2, wanneer deze uitsluitend in gebruik zijn voor de opslag van niet brandgevaarlijke goederen, of in gebruik zijn als kantoor, kantine, schaftlokaal en dergelijke. Bij de berekening van de vloeroppervlakte dienen ruimten, die niet via een deur met elkaar in verbinding staan, te worden gezien als twee afzonderlijke ruimten. De vloeroppervlakte van woonruimten of ruimten die niet in gebruik zijn bij het premiebetalende bedrijf worden niet in de berekening betrokken. Waar in het bovenstaande gesproken wordt van een blustoestel, wordt daaronder verstaan: * een schuimblusser met een minimum inhoud van 9 liter * een sproeischuimblusser met een minimum inhoud van 6 liter * een poederblusser met een minimum inhoud van 6 kg * een CO2-blusser met een minimum inhoud van 5 kg Het aantal CO2-blussers mag niet meer bedragen dan de helft van het totale aantal aanwezige blustoestellen. Van deze regel mag alleen worden afgeweken wanneer de omstandigheden een groter aantal CO2-blussers rechtvaardigen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij de beveiliging van computerruimten, elektronische en precisie apparatuur, elektrische installaties, schakelkasten en dergelijke. Afwijkende berekening mogelijk voor poederblussers Onder een poederblusser wordt verstaan een blustoestel met een inhoud van minimaal 6 kg bluspoeder. In de praktijk komen ook andere inhoudsmaten voor. De mogelijkheid bestaat deze om te rekenen naar eenheden van 6 kg. Voorbeeld: De totale vloeroppervlakte van een pand bedraagt 1.000 m2. Volgens de regel een blustoestel per 200 m2 dienen 5 blustoestellen (eenheden) met in totaal tenminste 30 kg bluspoeder te worden geplaatst (of 30 liter sproeischuimblussers). Het is echter ook mogelijk om te plaatsen: * 4 blustoestellen met een inhoud van 9 kg (36 kg totaal) of * 3 blustoestellen met een inhoud van 12 kg (36 kg totaal) Combinaties van verschillende inhoudsmaten zijn toegestaan zolang de totale hoeveelheid bluspoeder (of sproeischuim) tenminste 30 kg bedraagt. Combinatie poederblussers/CO2-blussers In rubriek “Draagbare blustoestellen” werd gewezen op de zogenaamde 50%-regel. Uitgegaan wordt daarbij van het vereiste aantal eenheden. Er zijn echter verschillende combinaties mogelijk om hetzelfde doel te bereiken. Voorbeeld: De totale vloeroppervlakte van een pand bedraagt 1.200 m2. Daarvoor zijn 6 eenheden vereist. Dit kan door middel van: * 2 poederblussers 12 kg + 2 CO2-blussers * 3 poederblussers 6 kg + 3 CO2-blussers * 4 poederblussers 6 kg + 2 CO2-blussers * 6 sproeischuimblussers Verrijdbare poederblussers In fabriekshallen en opslagruimten met een minimum vloeroppervlak van 2.500 m2, die overzichtelijk zijn en ruime looppaden hebben tussen machines, stellingen en dergelijke, mag de helft van de vereiste eenheden bestaan uit verrijdbare poederblussers. Voorbeeld: Een fabriekshal van 2.500 m2 die voldoet aan de voorgaande punten kan beveiligd worden met bijvoorbeeld: * 4 poederblussers 12 kg + 1 verrijdbare poederblusser 50 kg * 7 poederblussers 6 kg + 2 verrijdbare poederblussers 25 kg. Afwijking van de 200 m2-regel Van de 200 m2-regel kan worden afgeweken in bedrijven met een uitzonderlijk lage vuurbelasting. Voor de daarvoor in aanmerking komende ruimten kan worden volstaan met een blustoestel per 400 m2.
Deze projectering is opgesteld om een zo duidelijk mogelijk inzicht te verschaffen in de te verwachten aantal blustoestellen met betrekking tot de huidige gestelde eisen. Er kunnen echter geen rechten aan worden ontleend en is alleen bedoeld ter informatie. |
| < Vorige | Volgende > |
|---|